Preek van Witte Donderdag, 14 april 2022 Preek van Witte Donderdag, 14 april 2022
Pesach en avondmaal

Op Witte Donderdag staan we stil bij het laatste Avondmaal van Jezus. Als ik dat zo zeg, zult u daar niet meteen bij fronzen. Toch klopt het niet helemaal. Want eigenlijk viert Jezus hier tijdens het joodse paasfeest de seidermaaltijd, en is het dus zijn laatste Pesachmaal. En tijdens die maaltijd, waarbij de uittocht uit Egypte wordt gevierd, gebeurt er dan iets dat je waarschijnlijk het best kunt duiden als het eerste avondmaal van zijn leerlingen. Zij gaan keer op keer herhalen wat Jezus hier voor het eerst doet. Bij het brood gedenken ze zijn lichaam dat Hij uit liefde laat breken. En bij de wijn gedenken ze het nieuwe verbond dat met zijn bloed wordt bezegeld. Op die manier is het latere avondmaal van de kerk onlosmakelijk verbonden met het joodse pesachmaal. Dat besef, merkte iemand onlangs op, ontbreekt nogal eens onder christenen. Dan missen we die relatie met de joodse traditie. Ja, misschien kan dat verklaren dat ons avondmaal vaak zo weinig opgewekts heeft. Het kreeg vaak het karakter van een begrafenismaal, met strakke, sombere, naar binnen gekeerde gezichten. Het feestelijke karakter van de bevrijding uit Egypte is dan helemaal weg. Daar hoop ik straks nog even op terug te komen.

Zo’n Pesachmaal vraagt veel voorbereiding. Vier dingen, hoorden we gisteren al, moeten Petrus en Johannes gaan regelen als ze er door Jezus op uit zijn gestuurd. Vier taken ter voorbereiding. Om te beginnen de aanschaf van matzes, de platte ongezuurde broden. Ze herinneren aan het overhaaste vertrek uit Egypte, toen het brood voor onderweg geen tijd kreeg om te rijzen. Ook ligt er bitter kruid op tafel. Met name de mierikwortel herinnert aan de bittere jaren, de harde verdrukking in Egypte. En dan is er natuurlijk het Paaslam, dat in de middag geslacht wordt en ’s avonds wordt gegeten. Daarvoor moesten Petrus en Johannes – met duizenden andere pelgrims – bij de tempel zijn. Het lam dat het volk herinnert aan die laatste schokkende nacht in Egypte. Want dan, zo wil het verhaal, gaat de engel des doods rond maar mijdt hij de huizen van de Hebreeërs. Tenminste, als er bloed van dat lam op de deurpost zit. Hier heeft dat bloed dus geen verzoenende maar een levensbeschermende functie. Het moet het kwaad en de dood op afstand houden, Al met al mag duidelijk zijn dat Pasen, als cultisch drama op leven en dood, een feest van bevrijding is. Mensen worden verlost uit Egypte, het land van angst en dood, en vieren zo dat ook vandaag de dag angst en dood bij God niet het laatste woord krijgen. Geloven geeft vertrouwen.
  
Eén ding vergat ik nog: op dit feest mag de wijn niet ontbreken. Ook daar moeten Petrus en Johannes voor zorgen. Wijn staat, samen met olijven, symbool van het goede leven, met God en met elkaar, in vrede en vrijheid. Die wijn gaat rijkelijk rond bij het pesachmaal. Dat zal ook die avond gebeurd zijn, te midden van de oplopende spanningen, de vijandschap die ze om zich heen ervaren. ‘Vind je het gek’, zei iemand een keer, ‘dat de leerlingen later die avond – in Getsemane – hun ogen niet open kunnen houden’. Als Jezus vraagt of ze met hem willen bidden en waken, omdat Hij nog een laatste keer zwaar wordt aangevochten. Als Hij bidt dat die beker ‒ de beker van het lijden ‒ aan hem voorbij mag gaan. Op dat moment kunnen Petrus en Johannes hun ogen niet open houden, en vind je dat gek? Ze waren de hele dag druk in de weer geweest, en hadden die avond volop van de feestwijn gedronken. In Getsemane waren ze niet achteloos of onverschillig, nee, ze waren volledig uitgeteld.

Want het paasmaal kent naast de vier genoemde ingrediënten volgens de overlevering ook vier bekers. Bij Lucas vindt je daar iets van terug. Als enige vertelt hij dat er inderdaad meerdere bekers rondgaan. Voordat er sprake is van het delen van het brood, neemt Jezus al een eerste beker. Hij spreekt daarover een dankzegging uit, hoorden we, en geeft die door aan zijn leerlingen. Nog zonder enige duiding, hier verwijst Hij nog niet naar zijn naderende dood. Dat gebeurt wel bij de laatste, waarschijnlijk dus de vierde beker die Hij na de maaltijd doorgeeft. Bij die beker, hoorden we, spreekt Jezus over een nieuw verbond dat Hij bezegelt met zijn bloed. In wat Hij ons leert en aanreikt, bedoelt Jezus, mogen we God op nieuwe wijze ontmoeten. Er gelden nu andere regels dan in het oude verbond van God met Israël. Meer dan ooit is het de liefde die de toon mag zetten in ons leven met God en elkaar. Ja, wees genadig, zoals God genadig voor ons is. Probeer even rechtvaardig en goed als God te zijn en niet te heersen over de ander. In het nieuwe verbond, schreef de profeet Jeremia al, legt God zijn wet in ons binnenste en schrijft Hij die in ons hart. Dat is wat Jezus bij ons doet. In dat nieuwe verbond word je een ander mens die leeft met het oog op de ander, door te dienen in plaats van te heersen. Dat bezegelt Jezus in zijn leven en sterven, als Hij de weg van een dienstknecht gaat.

Deze laatste avond van zijn leven gaat Jezus door diepe emoties. Niet alleen na de maaltijd, als Hij in Getsemane wordt aangevochten en diepe doodsangst kent. Want ook bij deze maaltijd is Jezus heel emotioneel: ‘Hevig heb ik ernaar verlangd’, zo begint Hij, ‘om dit pesachmaal met jullie te eten’. De tijd van zijn lijden breekt aan, beseft Hij. Om hem heen sluit zich het net van zijn tegenstanders, de leiders in Jeruzalem die hem kwijt willen. Jezus voelt de beklemming groeien, zijn persoonlijke Egypte, nu de angst en dood zich opdringen. Daarom zoekt Hij houvast in dit pesachmaal. Hevig verlangt Hij ernaar die met zijn leerlingen te vieren. Want Pasen gaat juist over bevrijding uit angst en benauwdheid, zoals Israël dat heeft ervaren en later ook veel psalmdichters dat hebben verwoord. Dan schreeuwt zo’n dichter het uit naar God – de psalmen 25 en 27 uit onze vespers, psalm 116 vandaag aan het begin, psalm 22 op de Goede Vrijdag. En dan ervaart die dichter door alle benauwdheid heen nieuwe kracht en groeiend vertrouwen. Dat houvast zoekt Jezus nu bij zijn Vader, de God van Israël die ooit bevrijding bracht in Egypte. Laat deze God, deze trouwe bondgenoot, zich opnieuw een bevrijder tonen in zijn grote nood, bij zijn naderende dood. Hevig kan Jezus daarnaar verlangen op dit feest van bevrijding.

Waarom is die joodse achtergrond zo belangrijk? Omdat ons avondmaal vaak een sfeer van beknelling heeft gekregen in plaats van bevrijding. Mensen aarzelen aan te gaan of mijden diensten waarin het gevierd werd. Mensen voelen zich onwaardig of zijn bang te zondig te zijn en zich een oordeel te drinken. Ook kreeg avondmaal de sfeer, gaf ik al aan, van een begrafenismaal, alsof we alleen de dood  niet tegelijk de opstanding van Christus gedenken. Het feestelijke van het joodse pesach verdween zo uit beeld. Goed, ik besef dat dit ook niet zomaar zal terugkomen en zal ook niet voor vier bekers wijn pleiten. Maar wat zou het al mooi zijn als deze maaltijd wat meer ontspanning krijgt, als mensen niet alleen ingetogen maar ook opgetogen brood en wijn met elkaar delen. Want er is echt iets te vieren: we worden door God in de ruimte gezet, de speelruimte van zijn nieuwe verbond. We mogen leven als bevrijde mensen die delen in zijn goedheid en genade, zijn royale vergeving en nieuwe levenskracht. Daar word je een ander mens van.

Bij deze God kan angst veranderen in vertrouwen, bij deze God zal dood veranderen in leven. Er is een nieuw verbond dat Christus heeft voorgeleefd en bezegelt met zijn lichaam en bloed, zijn leven dat Hij wegschonk in liefde. Dat gedenken we bij brood en wijn, en dat mag ons niet alleen dankbare maar ook opgewekte mensen maken. Want we vieren de maaltijd van onze opgewekte Heer. Amen.

 
terug