Preek van zondag 27 januari 2019 Preek van zondag 27 januari 2019

De geslachtslijsten van Jezus

Je zou wel eens wat meer willen weten over de jonge Jezus. Maar het enige serieuze verhaal dat we kennen, is een pelgrimstocht met zijn ouders. Van Nazareth naar Jeruzalem, ergens rond het joodse Paasfeest. Als jongen van twaalf gaat Jezus mee en blijft Hij vervolgens achter in de tempel. Daar wordt Hij teruggevonden, zittend tussen de leraren. Na drie dagen – hoe symbolisch is dat. Zijn ouders denken dat ze hem kwijt zijn, misschien wel voorgoed. Maar nee, Hij is niet dood, Hij leeft – een voorbode, een eerste vleugje Pasen!

Daarna blijft het lange tijd stil. Wat Jezus doet tussen zijn twaalfde en dertigste levensjaar, daarover is nauwelijks iets bekend. Ja, ongetwijfeld is Hij een regelmatig bezoeker van de synagoge en herhaalt Hij jaarlijks zo’n pelgrimage naar Jeruzalem. Verder staat Hij bekend als de zoon van Jozef, de timmerman, en is Hij volgens Marcus zelf ook timmerman. Totdat Hij daarmee stopt en uit Nazareth vertrekt. Hij laat zich door Johannes dopen in de Jordaan, en gedreven door de Geest begint Hij met zijn verkondiging. Jezus is dan rond de dertig, vertelt Lucas. Een leeftijd die je vaker tegenkomt bij belangrijke personen. Jozef, de dromer, is dertig als hij wordt aangesteld als onderkoning van Egypte. Ezechiël, de profeet en balling in Babel, is dertig als hij zijn eerste visioenen krijgt. En David is dertig, vertelt onze eerste lezing, als hij koning wordt, eerst alleen van Juda en zeven jaar later van heel Israël. Als een herderkoning zal David zijn volk veertig jaar weiden. En als vorst van de vrede ‒ althans bij vlagen, hij was ook een tijd legeraanvoerder ‒ krijgt hij een prominente plek in het voorgeslacht van Jezus. Hij die vaak als zoon van David word aangesproken.

We denken misschien dat dertig nogal jong is, maar dat geldt zeker niet voor die tijd. In de oudheid, kwam ik tegen, stierf tegen de 75%, dus driekwart van de mensen voor hun dertigste levensjaar, en zo’n 90% voor hun vijftigste. Jezus was dus niet zomaar een jongeman, en het grootste deel van zijn gehoor was waarschijnlijk jonger dan Hij – dus beneden de dertig. In onze tijd is het een leeftijd waarop je hopelijk tot een zekere rust en wijsheid bent gekomen. Je verliest je wilde haren, hebt ‒ als het gelukt is ‒ je opleiding afgerond en zoekt nu je weg door het leven. Je gaat, als je dat kunt en wilt, meer verantwoordelijk nemen: in je werk, in de buurt of samenleving, in een eventueel gezin en misschien ook in de kerk. Rond de dertig heb je, als het goed is, helder welke kant het op moet met je leven. Of anders wel dat je nog een grote switch moet maken. Zoals Jezus dat doet, als Hij Nazareth verlaat en kiest voor een rondtrekkend bestaan met zijn leerlingen. Ik weet niet hoe het u verging rond de dertig, maar het was voor mij de tijd – ik was 28 ‒ dat ik predikant werd en ervoor koos in de kerk te gaan werken. Beste een gok, want de neergang was al ingezet. Maar nog altijd geen spijt.

Jezus laat zich rond die leeftijd dopen in de Jordaan. En dat is voor Lucas het moment om met zijn geslachtsregister te komen. Matteüs doet dat helemaal aan het begin van zijn evangelie, hoofdstuk 1 vers 1. Lucas pas na Jezus’ doop, het moment waarop Hij de heilige Geest ontvangt. Want nu gaat het pas echt beginnen, en nu moeten lezers weten wat voor een vlees ze in de kuip hebben. Hoe zit dat met de status en reputatie van Jezus? Is Hij wel van goede komaf? En stamt Hij wel, zoals beweerd wordt, uit het huis van David? Ook vandaag de dag heb je vaak een streepje voor als in je voorgeslacht betrouwbare namen, functies of titels voorkomen. Wie solliciteert als Piet Holleeder, de zoon van…, maakt waarschijnlijk weinig kans. En ook van mensen met een Turkse of Marokkaanse naam is bekend dat ze lang niet altijd gelijke kansen krijgen. Je wordt al minder vaak uitgenodigd voor een gesprek.

Ook in de tijd van Jezus speelde reputatie een grote rol. Herodes de Grote bijvoorbeeld, de gevreesde en paranoïde koning, werd erop aangekeken dat zijn afkomst nogal pover was. Daarin ontbrak het aan grote namen, aan royalties. Van de weeromstuit wilde deze Herodes daarom alle geslachtsregisters van voorname Joodse families vernietigen. Zo van: als ik niet, dan niemand… Gelijke monniken, gelijke kappen. Een plan dat verijdeld werd maar tegelijk laat zien hoeveel waarde men hechtte aan een goede afkomst. Zo bestonden er ook rond Jezus de nodige vraagtekens, lees je tussen de regels van het evangelie door. Was zijn moeder niet al zwanger voor haar huwelijk? En was er wel een vader in de buurt, want over hem hoor je verder helemaal niets meer? Aan dat soort vragen en suggesties moet zo’n geslachtsregister tegenwicht bieden. Zowel Matteüs als Lucas hebben dat aangevoeld. Allebei nemen ze in hun evangelie zo’n register op. Maar helaas, die lopen niet parallel en zijn duidelijk niet op elkaar afgestemd. Als je hun lijsten naast elkaar legt en vergelijkt, dan blijkt dat ze totaal andere namen noemen.

Dat is dus slecht nieuws voor wie de Bijbel onfeilbaar acht. Als een boek zonder aanwijsbare fouten of innerlijke tegenspraak, van kaft tot kaft geïnspireerd door de heilige Geest. Slecht nieuws, want de beide registers verschillen echt enorm. Meteen al aan het begin. Volgens Matteüs is Jozef, als man van Maria, de zoon van Jacob, de zoon van Mattan (met n), de zoon van Eleazer. Lucas echter noemt heel andere namen: volgens hem is Jozef de zoon van Eli, en die van Mattat (met t), en die weer van Levi. Steeds andere namen, en dat wordt er verderop niet beter op.
Heel opvallend is ook de wijze waarop Jezus afstamt van David. Volgens Matteüs zou die lijn via zijn zoon Salomo lopen, de bekende koning. Maar Lucas noemt een zekere Natan als de zoon die David aan Jezus verbindt. En dat is niet de profeet Nathan – Nathan der Weise ‒ maar een van zijn onbekendere kinderen. Deze twee evangelisten, mogen we aannemen, hebben elkaars verhaal dus niet gekend toen ze begonnen te schrijven.
Dat blijkt niet alleen uit de namen zelf, maar ook uit het aantal namen. Dat verschilt eveneens nogal fors. Want Matteüs noemt er 42: driemaal 14, ofwel zesmaal 7. De lijst van Lucas is een stuk langer, hij komt uit op 77 namen: dat is elfmaal 7. Mede omdat Lucas verder doorgaat, hij eindigt niet bij Abraham maar bij Adam. En Adam noemt hij ten slotte ‒ ook dat is opvallend – de ‘zoon van God’. Dat is iets om even te onthouden. Adam als eerste mens heet hier de zoon van God.

Even tussendoor, gemeente: voor ons zal duidelijk zijn dat Lucas het met zijn 77 geslachten niet redt. Die omvatten niet meer dan een paar duizend jaar. Terwijl we ondertussen weten dat de eerste mens veel eerder leefde. Homo sapiens, onze soort, verscheen minstens 200.000 jaar geleden op aarde, en misschien nog wel wat eerder (300-350.000 jaar). Dat red je niet met het register van Lucas, met 77 generaties. Zelfs niet als ieder mens, zoals van Metusalem wordt gezegd, bijna 1000 jaar oud was geworden ‒ als ik het goed heb: 969. Nee, we hebben hier duidelijk te maken met constructies vol getalssymboliek die je niet langs de lat van de feiten moet leggen. Het gaat in geslachtsregisters niet om historische waarheid of betrouwbaarheid. Ze hebben duidelijk een andere bedoeling. Laten we dus niet proberen de lijsten met elkaar te harmoniseren. Of het opnemen voor de één ten koste van de ander. Zo van: ik ben voor Matteüs, ik voor Lucas! Daarmee kom je niet verder. Want de kans is groot dat ze allebei niet kloppen. Simpelweg omdat Jozef de grote onbekende is in de Bijbel. We weten nauwelijks iets over zijn leven en evenmin over zijn dood, laat staan over zijn voorgeslacht. En wat maakt dat eigenlijk uit? Is de kern van het evangelie juist niet dat God ieder mens met liefde tegemoet komt, ongeacht je afkomst of reputatie, los van je aanzien of status? In dat opzicht is zo’n lijst eigenlijk overbodig. Bij Marcus is zo’n lijst dan ook niet te vinden, en bij Johannes evenmin.

Toch zit er wel een boodschap in. Matteüs en Lucas schrijven met een bepaalde bedoeling. Elk willen ze op eigen wijze laten zien: de tijd was rijp voor de komst van Jezus. Daarvoor spelen ze met het getal 7: een symbolisch, vaak als heilig ervaren getal. Het verwijst naar de volheid van de tijd, zoals een week met 7 dagen rond is. Matteüs, met zesmaal 7 geslachten, geeft ons mee: met Jezus gaan we op weg naar zevenmaal 7, in Hem begint een nieuwe tijd. Lucas, op zijn beurt, werkt met het getal 77: elfmaal 7, of ook zeventig plus 7 namen. Op die manier laat hij ook doorschemeren dat de tijd rijp is. In Jezus vloeien alle lijnen van Israël, alle namen van het Oude Testament samen. En op dit hoogtepunt begint nu een nieuwe fase in het verbond van God en mens. Met Jezus gaan we op weg naar twaalfmaal 7: twee getallen die symbool staan voor volheid en voltooiing. Nu gaat heel de mensheid, heel de wereld meedoen. In Jezus wordt duidelijk dat God er voor ieder mens op deze aarde wil zijn, dus ook voor mensen buiten Israël. We zijn allemaal nazaten van Adam, laat Lucas zien, allemaal zonen en dochters ofwel kinderen van God. Bij hem telt iedereen, jood en heiden, volop mee.

Daarmee, gemeente, laat ik de getalssymboliek verder rusten, en keer ik nog even terug naar Jozef. Het is best wonderlijk dat hij aan het begin van deze geslachtslijst staat. Want eerst wil Lucas ons in zijn evangelie laten geloven dat Jozef er niet aan te pas komt. Dat de verwekking bij Maria een wonderlijk gebeuren vanuit de hemel is geweest. En vervolgens stelt hij een stamboom op, die toch weer bij Jozef begint en dan uitkomt bij Adam, als de eerste mens. Zacht gezegd roept Lucas daarmee verwarring op, en dat kon wel eens heel bewust zijn. Alsof hij zeggen wil: je krijgt de persoon van Jezus niet op één noemer. Door zijn leven lopen twee lijnen, een goddelijke en een menselijke. Natuurlijk was Hij een gewoon mens, een Joodse man, een kind uit Israël, een zoon van David en Abraham, en ‒ zoals wij allen ‒ een nazaat van Adam. Maar ook is er dat geheim van zijn leven, die unieke verbondenheid met de Eeuwige. Daarvoor verwijst Lucas naar de Geest die eerst al een rol zou spelen bij de zwangerschap van Maria en die Jezus vanaf zijn doop volledig gaat vervullen. Dan is het alsof God zelf in Hem tot leven komt, vertellen de evangelisten elk op eigen wijze. Zoals ook Paulus met de Geest kan spelen in zijn brieven, bijvoorbeeld in I Korintiërs 15 maar ook elders. Er is volgens hem zoiets als een oude aardse Adam, de eerste mens. En ook is er een nieuwe geestelijke mens, met hemelse allure. Die mens wordt zichtbaar in Jezus, die als geen ander vol raakt van de Geest. Hij leeft enkel uit onbaatzuchtige liefde en blijft ook door de dood heen verbonden met God.

Met Adam, kun je zeggen, zijn we geschapen naar God beeld en gelijkenis ‒ Genesis 1. En Jezus laat ons zien wat dat inhoudt. Hij is de ware beelddrager die zichtbaar maakt wat God voor ogen staat. Hij laat ons zien wie God is en tegelijk wie wij kunnen zijn. Hij is de geliefde Zoon, en wij zijn ‒ op gepaste afstand ‒ de geliefde kinderen van God, onze schepper. Amen

Grote Kerk Wijk bij Duurstede
Zondag 27 januari 2019. Derde na Epifanie
Verkondiging bij Lucas 3, 23-38 (en II Samuël 5, 1-5 en I Korintiërs 15, 45-49)
ds. Jan Offringa
De geslachtslijsten van Jezus

Je zou wel eens wat meer willen weten over de jonge Jezus. Maar het enige serieuze verhaal dat we kennen, is een pelgrimstocht met zijn ouders. Van Nazareth naar Jeruzalem, ergens rond het joodse Paasfeest. Als jongen van twaalf gaat Jezus mee en blijft Hij vervolgens achter in de tempel. Daar wordt Hij teruggevonden, zittend tussen de leraren. Na drie dagen – hoe symbolisch is dat. Zijn ouders denken dat ze hem kwijt zijn, misschien wel voorgoed. Maar nee, Hij is niet dood, Hij leeft – een voorbode, een eerste vleugje Pasen!

Daarna blijft het lange tijd stil. Wat Jezus doet tussen zijn twaalfde en dertigste levensjaar, daarover is nauwelijks iets bekend. Ja, ongetwijfeld is Hij een regelmatig bezoeker van de synagoge en herhaalt Hij jaarlijks zo’n pelgrimage naar Jeruzalem. Verder staat Hij bekend als de zoon van Jozef, de timmerman, en is Hij volgens Marcus zelf ook timmerman. Totdat Hij daarmee stopt en uit Nazareth vertrekt. Hij laat zich door Johannes dopen in de Jordaan, en gedreven door de Geest begint Hij met zijn verkondiging. Jezus is dan rond de dertig, vertelt Lucas. Een leeftijd die je vaker tegenkomt bij belangrijke personen. Jozef, de dromer, is dertig als hij wordt aangesteld als onderkoning van Egypte. Ezechiël, de profeet en balling in Babel, is dertig als hij zijn eerste visioenen krijgt. En David is dertig, vertelt onze eerste lezing, als hij koning wordt, eerst alleen van Juda en zeven jaar later van heel Israël. Als een herderkoning zal David zijn volk veertig jaar weiden. En als vorst van de vrede ‒ althans bij vlagen, hij was ook een tijd legeraanvoerder ‒ krijgt hij een prominente plek in het voorgeslacht van Jezus. Hij die vaak als zoon van David word aangesproken.

We denken misschien dat dertig nogal jong is, maar dat geldt zeker niet voor die tijd. In de oudheid, kwam ik tegen, stierf tegen de 75%, dus driekwart van de mensen voor hun dertigste levensjaar, en zo’n 90% voor hun vijftigste. Jezus was dus niet zomaar een jongeman, en het grootste deel van zijn gehoor was waarschijnlijk jonger dan Hij – dus beneden de dertig. In onze tijd is het een leeftijd waarop je hopelijk tot een zekere rust en wijsheid bent gekomen. Je verliest je wilde haren, hebt ‒ als het gelukt is ‒ je opleiding afgerond en zoekt nu je weg door het leven. Je gaat, als je dat kunt en wilt, meer verantwoordelijk nemen: in je werk, in de buurt of samenleving, in een eventueel gezin en misschien ook in de kerk. Rond de dertig heb je, als het goed is, helder welke kant het op moet met je leven. Of anders wel dat je nog een grote switch moet maken. Zoals Jezus dat doet, als Hij Nazareth verlaat en kiest voor een rondtrekkend bestaan met zijn leerlingen. Ik weet niet hoe het u verging rond de dertig, maar het was voor mij de tijd – ik was 28 ‒ dat ik predikant werd en ervoor koos in de kerk te gaan werken. Beste een gok, want de neergang was al ingezet. Maar nog altijd geen spijt.

Jezus laat zich rond die leeftijd dopen in de Jordaan. En dat is voor Lucas het moment om met zijn geslachtsregister te komen. Matteüs doet dat helemaal aan het begin van zijn evangelie, hoofdstuk 1 vers 1. Lucas pas na Jezus’ doop, het moment waarop Hij de heilige Geest ontvangt. Want nu gaat het pas echt beginnen, en nu moeten lezers weten wat voor een vlees ze in de kuip hebben. Hoe zit dat met de status en reputatie van Jezus? Is Hij wel van goede komaf? En stamt Hij wel, zoals beweerd wordt, uit het huis van David? Ook vandaag de dag heb je vaak een streepje voor als in je voorgeslacht betrouwbare namen, functies of titels voorkomen. Wie solliciteert als Piet Holleeder, de zoon van…, maakt waarschijnlijk weinig kans. En ook van mensen met een Turkse of Marokkaanse naam is bekend dat ze lang niet altijd gelijke kansen krijgen. Je wordt al minder vaak uitgenodigd voor een gesprek.

Ook in de tijd van Jezus speelde reputatie een grote rol. Herodes de Grote bijvoorbeeld, de gevreesde en paranoïde koning, werd erop aangekeken dat zijn afkomst nogal pover was. Daarin ontbrak het aan grote namen, aan royalties. Van de weeromstuit wilde deze Herodes daarom alle geslachtsregisters van voorname Joodse families vernietigen. Zo van: als ik niet, dan niemand… Gelijke monniken, gelijke kappen. Een plan dat verijdeld werd maar tegelijk laat zien hoeveel waarde men hechtte aan een goede afkomst. Zo bestonden er ook rond Jezus de nodige vraagtekens, lees je tussen de regels van het evangelie door. Was zijn moeder niet al zwanger voor haar huwelijk? En was er wel een vader in de buurt, want over hem hoor je verder helemaal niets meer? Aan dat soort vragen en suggesties moet zo’n geslachtsregister tegenwicht bieden. Zowel Matteüs als Lucas hebben dat aangevoeld. Allebei nemen ze in hun evangelie zo’n register op. Maar helaas, die lopen niet parallel en zijn duidelijk niet op elkaar afgestemd. Als je hun lijsten naast elkaar legt en vergelijkt, dan blijkt dat ze totaal andere namen noemen.

Dat is dus slecht nieuws voor wie de Bijbel onfeilbaar acht. Als een boek zonder aanwijsbare fouten of innerlijke tegenspraak, van kaft tot kaft geïnspireerd door de heilige Geest. Slecht nieuws, want de beide registers verschillen echt enorm. Meteen al aan het begin. Volgens Matteüs is Jozef, als man van Maria, de zoon van Jacob, de zoon van Mattan (met n), de zoon van Eleazer. Lucas echter noemt heel andere namen: volgens hem is Jozef de zoon van Eli, en die van Mattat (met t), en die weer van Levi. Steeds andere namen, en dat wordt er verderop niet beter op.
Heel opvallend is ook de wijze waarop Jezus afstamt van David. Volgens Matteüs zou die lijn via zijn zoon Salomo lopen, de bekende koning. Maar Lucas noemt een zekere Natan als de zoon die David aan Jezus verbindt. En dat is niet de profeet Nathan – Nathan der Weise ‒ maar een van zijn onbekendere kinderen. Deze twee evangelisten, mogen we aannemen, hebben elkaars verhaal dus niet gekend toen ze begonnen te schrijven.
Dat blijkt niet alleen uit de namen zelf, maar ook uit het aantal namen. Dat verschilt eveneens nogal fors. Want Matteüs noemt er 42: driemaal 14, ofwel zesmaal 7. De lijst van Lucas is een stuk langer, hij komt uit op 77 namen: dat is elfmaal 7. Mede omdat Lucas verder doorgaat, hij eindigt niet bij Abraham maar bij Adam. En Adam noemt hij ten slotte ‒ ook dat is opvallend – de ‘zoon van God’. Dat is iets om even te onthouden. Adam als eerste mens heet hier de zoon van God.

Even tussendoor, gemeente: voor ons zal duidelijk zijn dat Lucas het met zijn 77 geslachten niet redt. Die omvatten niet meer dan een paar duizend jaar. Terwijl we ondertussen weten dat de eerste mens veel eerder leefde. Homo sapiens, onze soort, verscheen minstens 200.000 jaar geleden op aarde, en misschien nog wel wat eerder (300-350.000 jaar). Dat red je niet met het register van Lucas, met 77 generaties. Zelfs niet als ieder mens, zoals van Metusalem wordt gezegd, bijna 1000 jaar oud was geworden ‒ als ik het goed heb: 969. Nee, we hebben hier duidelijk te maken met constructies vol getalssymboliek die je niet langs de lat van de feiten moet leggen. Het gaat in geslachtsregisters niet om historische waarheid of betrouwbaarheid. Ze hebben duidelijk een andere bedoeling. Laten we dus niet proberen de lijsten met elkaar te harmoniseren. Of het opnemen voor de één ten koste van de ander. Zo van: ik ben voor Matteüs, ik voor Lucas! Daarmee kom je niet verder. Want de kans is groot dat ze allebei niet kloppen. Simpelweg omdat Jozef de grote onbekende is in de Bijbel. We weten nauwelijks iets over zijn leven en evenmin over zijn dood, laat staan over zijn voorgeslacht. En wat maakt dat eigenlijk uit? Is de kern van het evangelie juist niet dat God ieder mens met liefde tegemoet komt, ongeacht je afkomst of reputatie, los van je aanzien of status? In dat opzicht is zo’n lijst eigenlijk overbodig. Bij Marcus is zo’n lijst dan ook niet te vinden, en bij Johannes evenmin.

Toch zit er wel een boodschap in. Matteüs en Lucas schrijven met een bepaalde bedoeling. Elk willen ze op eigen wijze laten zien: de tijd was rijp voor de komst van Jezus. Daarvoor spelen ze met het getal 7: een symbolisch, vaak als heilig ervaren getal. Het verwijst naar de volheid van de tijd, zoals een week met 7 dagen rond is. Matteüs, met zesmaal 7 geslachten, geeft ons mee: met Jezus gaan we op weg naar zevenmaal 7, in Hem begint een nieuwe tijd. Lucas, op zijn beurt, werkt met het getal 77: elfmaal 7, of ook zeventig plus 7 namen. Op die manier laat hij ook doorschemeren dat de tijd rijp is. In Jezus vloeien alle lijnen van Israël, alle namen van het Oude Testament samen. En op dit hoogtepunt begint nu een nieuwe fase in het verbond van God en mens. Met Jezus gaan we op weg naar twaalfmaal 7: twee getallen die symbool staan voor volheid en voltooiing. Nu gaat heel de mensheid, heel de wereld meedoen. In Jezus wordt duidelijk dat God er voor ieder mens op deze aarde wil zijn, dus ook voor mensen buiten Israël. We zijn allemaal nazaten van Adam, laat Lucas zien, allemaal zonen en dochters ofwel kinderen van God. Bij hem telt iedereen, jood en heiden, volop mee.

Daarmee, gemeente, laat ik de getalssymboliek verder rusten, en keer ik nog even terug naar Jozef. Het is best wonderlijk dat hij aan het begin van deze geslachtslijst staat. Want eerst wil Lucas ons in zijn evangelie laten geloven dat Jozef er niet aan te pas komt. Dat de verwekking bij Maria een wonderlijk gebeuren vanuit de hemel is geweest. En vervolgens stelt hij een stamboom op, die toch weer bij Jozef begint en dan uitkomt bij Adam, als de eerste mens. Zacht gezegd roept Lucas daarmee verwarring op, en dat kon wel eens heel bewust zijn. Alsof hij zeggen wil: je krijgt de persoon van Jezus niet op één noemer. Door zijn leven lopen twee lijnen, een goddelijke en een menselijke. Natuurlijk was Hij een gewoon mens, een Joodse man, een kind uit Israël, een zoon van David en Abraham, en ‒ zoals wij allen ‒ een nazaat van Adam. Maar ook is er dat geheim van zijn leven, die unieke verbondenheid met de Eeuwige. Daarvoor verwijst Lucas naar de Geest die eerst al een rol zou spelen bij de zwangerschap van Maria en die Jezus vanaf zijn doop volledig gaat vervullen. Dan is het alsof God zelf in Hem tot leven komt, vertellen de evangelisten elk op eigen wijze. Zoals ook Paulus met de Geest kan spelen in zijn brieven, bijvoorbeeld in I Korintiërs 15 maar ook elders. Er is volgens hem zoiets als een oude aardse Adam, de eerste mens. En ook is er een nieuwe geestelijke mens, met hemelse allure. Die mens wordt zichtbaar in Jezus, die als geen ander vol raakt van de Geest. Hij leeft enkel uit onbaatzuchtige liefde en blijft ook door de dood heen verbonden met God.

Met Adam, kun je zeggen, zijn we geschapen naar God beeld en gelijkenis ‒ Genesis 1. En Jezus laat ons zien wat dat inhoudt. Hij is de ware beelddrager die zichtbaar maakt wat God voor ogen staat. Hij laat ons zien wie God is en tegelijk wie wij kunnen zijn. Hij is de geliefde Zoon, en wij zijn ‒ op gepaste afstand ‒ de geliefde kinderen van God, onze schepper. Amen

Grote Kerk Wijk bij Duurstede
Zondag 27 januari 2019. Derde na Epifanie
Verkondiging bij Lucas 3, 23-38 (en II Samuël 5, 1-5 en I Korintiërs 15, 45-49)
ds. Jan Offringa
De geslachtslijsten van Jezus

Je zou wel eens wat meer willen weten over de jonge Jezus. Maar het enige serieuze verhaal dat we kennen, is een pelgrimstocht met zijn ouders. Van Nazareth naar Jeruzalem, ergens rond het joodse Paasfeest. Als jongen van twaalf gaat Jezus mee en blijft Hij vervolgens achter in de tempel. Daar wordt Hij teruggevonden, zittend tussen de leraren. Na drie dagen – hoe symbolisch is dat. Zijn ouders denken dat ze hem kwijt zijn, misschien wel voorgoed. Maar nee, Hij is niet dood, Hij leeft – een voorbode, een eerste vleugje Pasen!

Daarna blijft het lange tijd stil. Wat Jezus doet tussen zijn twaalfde en dertigste levensjaar, daarover is nauwelijks iets bekend. Ja, ongetwijfeld is Hij een regelmatig bezoeker van de synagoge en herhaalt Hij jaarlijks zo’n pelgrimage naar Jeruzalem. Verder staat Hij bekend als de zoon van Jozef, de timmerman, en is Hij volgens Marcus zelf ook timmerman. Totdat Hij daarmee stopt en uit Nazareth vertrekt. Hij laat zich door Johannes dopen in de Jordaan, en gedreven door de Geest begint Hij met zijn verkondiging. Jezus is dan rond de dertig, vertelt Lucas. Een leeftijd die je vaker tegenkomt bij belangrijke personen. Jozef, de dromer, is dertig als hij wordt aangesteld als onderkoning van Egypte. Ezechiël, de profeet en balling in Babel, is dertig als hij zijn eerste visioenen krijgt. En David is dertig, vertelt onze eerste lezing, als hij koning wordt, eerst alleen van Juda en zeven jaar later van heel Israël. Als een herderkoning zal David zijn volk veertig jaar weiden. En als vorst van de vrede ‒ althans bij vlagen, hij was ook een tijd legeraanvoerder ‒ krijgt hij een prominente plek in het voorgeslacht van Jezus. Hij die vaak als zoon van David word aangesproken.

We denken misschien dat dertig nogal jong is, maar dat geldt zeker niet voor die tijd. In de oudheid, kwam ik tegen, stierf tegen de 75%, dus driekwart van de mensen voor hun dertigste levensjaar, en zo’n 90% voor hun vijftigste. Jezus was dus niet zomaar een jongeman, en het grootste deel van zijn gehoor was waarschijnlijk jonger dan Hij – dus beneden de dertig. In onze tijd is het een leeftijd waarop je hopelijk tot een zekere rust en wijsheid bent gekomen. Je verliest je wilde haren, hebt ‒ als het gelukt is ‒ je opleiding afgerond en zoekt nu je weg door het leven. Je gaat, als je dat kunt en wilt, meer verantwoordelijk nemen: in je werk, in de buurt of samenleving, in een eventueel gezin en misschien ook in de kerk. Rond de dertig heb je, als het goed is, helder welke kant het op moet met je leven. Of anders wel dat je nog een grote switch moet maken. Zoals Jezus dat doet, als Hij Nazareth verlaat en kiest voor een rondtrekkend bestaan met zijn leerlingen. Ik weet niet hoe het u verging rond de dertig, maar het was voor mij de tijd – ik was 28 ‒ dat ik predikant werd en ervoor koos in de kerk te gaan werken. Beste een gok, want de neergang was al ingezet. Maar nog altijd geen spijt.

Jezus laat zich rond die leeftijd dopen in de Jordaan. En dat is voor Lucas het moment om met zijn geslachtsregister te komen. Matteüs doet dat helemaal aan het begin van zijn evangelie, hoofdstuk 1 vers 1. Lucas pas na Jezus’ doop, het moment waarop Hij de heilige Geest ontvangt. Want nu gaat het pas echt beginnen, en nu moeten lezers weten wat voor een vlees ze in de kuip hebben. Hoe zit dat met de status en reputatie van Jezus? Is Hij wel van goede komaf? En stamt Hij wel, zoals beweerd wordt, uit het huis van David? Ook vandaag de dag heb je vaak een streepje voor als in je voorgeslacht betrouwbare namen, functies of titels voorkomen. Wie solliciteert als Piet Holleeder, de zoon van…, maakt waarschijnlijk weinig kans. En ook van mensen met een Turkse of Marokkaanse naam is bekend dat ze lang niet altijd gelijke kansen krijgen. Je wordt al minder vaak uitgenodigd voor een gesprek.

Ook in de tijd van Jezus speelde reputatie een grote rol. Herodes de Grote bijvoorbeeld, de gevreesde en paranoïde koning, werd erop aangekeken dat zijn afkomst nogal pover was. Daarin ontbrak het aan grote namen, aan royalties. Van de weeromstuit wilde deze Herodes daarom alle geslachtsregisters van voorname Joodse families vernietigen. Zo van: als ik niet, dan niemand… Gelijke monniken, gelijke kappen. Een plan dat verijdeld werd maar tegelijk laat zien hoeveel waarde men hechtte aan een goede afkomst. Zo bestonden er ook rond Jezus de nodige vraagtekens, lees je tussen de regels van het evangelie door. Was zijn moeder niet al zwanger voor haar huwelijk? En was er wel een vader in de buurt, want over hem hoor je verder helemaal niets meer? Aan dat soort vragen en suggesties moet zo’n geslachtsregister tegenwicht bieden. Zowel Matteüs als Lucas hebben dat aangevoeld. Allebei nemen ze in hun evangelie zo’n register op. Maar helaas, die lopen niet parallel en zijn duidelijk niet op elkaar afgestemd. Als je hun lijsten naast elkaar legt en vergelijkt, dan blijkt dat ze totaal andere namen noemen.

Dat is dus slecht nieuws voor wie de Bijbel onfeilbaar acht. Als een boek zonder aanwijsbare fouten of innerlijke tegenspraak, van kaft tot kaft geïnspireerd door de heilige Geest. Slecht nieuws, want de beide registers verschillen echt enorm. Meteen al aan het begin. Volgens Matteüs is Jozef, als man van Maria, de zoon van Jacob, de zoon van Mattan (met n), de zoon van Eleazer. Lucas echter noemt heel andere namen: volgens hem is Jozef de zoon van Eli, en die van Mattat (met t), en die weer van Levi. Steeds andere namen, en dat wordt er verderop niet beter op.
Heel opvallend is ook de wijze waarop Jezus afstamt van David. Volgens Matteüs zou die lijn via zijn zoon Salomo lopen, de bekende koning. Maar Lucas noemt een zekere Natan als de zoon die David aan Jezus verbindt. En dat is niet de profeet Nathan – Nathan der Weise ‒ maar een van zijn onbekendere kinderen. Deze twee evangelisten, mogen we aannemen, hebben elkaars verhaal dus niet gekend toen ze begonnen te schrijven.
Dat blijkt niet alleen uit de namen zelf, maar ook uit het aantal namen. Dat verschilt eveneens nogal fors. Want Matteüs noemt er 42: driemaal 14, ofwel zesmaal 7. De lijst van Lucas is een stuk langer, hij komt uit op 77 namen: dat is elfmaal 7. Mede omdat Lucas verder doorgaat, hij eindigt niet bij Abraham maar bij Adam. En Adam noemt hij ten slotte ‒ ook dat is opvallend – de ‘zoon van God’. Dat is iets om even te onthouden. Adam als eerste mens heet hier de zoon van God.

Even tussendoor, gemeente: voor ons zal duidelijk zijn dat Lucas het met zijn 77 geslachten niet redt. Die omvatten niet meer dan een paar duizend jaar. Terwijl we ondertussen weten dat de eerste mens veel eerder leefde. Homo sapiens, onze soort, verscheen minstens 200.000 jaar geleden op aarde, en misschien nog wel wat eerder (300-350.000 jaar). Dat red je niet met het register van Lucas, met 77 generaties. Zelfs niet als ieder mens, zoals van Metusalem wordt gezegd, bijna 1000 jaar oud was geworden ‒ als ik het goed heb: 969. Nee, we hebben hier duidelijk te maken met constructies vol getalssymboliek die je niet langs de lat van de feiten moet leggen. Het gaat in geslachtsregisters niet om historische waarheid of betrouwbaarheid. Ze hebben duidelijk een andere bedoeling. Laten we dus niet proberen de lijsten met elkaar te harmoniseren. Of het opnemen voor de één ten koste van de ander. Zo van: ik ben voor Matteüs, ik voor Lucas! Daarmee kom je niet verder. Want de kans is groot dat ze allebei niet kloppen. Simpelweg omdat Jozef de grote onbekende is in de Bijbel. We weten nauwelijks iets over zijn leven en evenmin over zijn dood, laat staan over zijn voorgeslacht. En wat maakt dat eigenlijk uit? Is de kern van het evangelie juist niet dat God ieder mens met liefde tegemoet komt, ongeacht je afkomst of reputatie, los van je aanzien of status? In dat opzicht is zo’n lijst eigenlijk overbodig. Bij Marcus is zo’n lijst dan ook niet te vinden, en bij Johannes evenmin.

Toch zit er wel een boodschap in. Matteüs en Lucas schrijven met een bepaalde bedoeling. Elk willen ze op eigen wijze laten zien: de tijd was rijp voor de komst van Jezus. Daarvoor spelen ze met het getal 7: een symbolisch, vaak als heilig ervaren getal. Het verwijst naar de volheid van de tijd, zoals een week met 7 dagen rond is. Matteüs, met zesmaal 7 geslachten, geeft ons mee: met Jezus gaan we op weg naar zevenmaal 7, in Hem begint een nieuwe tijd. Lucas, op zijn beurt, werkt met het getal 77: elfmaal 7, of ook zeventig plus 7 namen. Op die manier laat hij ook doorschemeren dat de tijd rijp is. In Jezus vloeien alle lijnen van Israël, alle namen van het Oude Testament samen. En op dit hoogtepunt begint nu een nieuwe fase in het verbond van God en mens. Met Jezus gaan we op weg naar twaalfmaal 7: twee getallen die symbool staan voor volheid en voltooiing. Nu gaat heel de mensheid, heel de wereld meedoen. In Jezus wordt duidelijk dat God er voor ieder mens op deze aarde wil zijn, dus ook voor mensen buiten Israël. We zijn allemaal nazaten van Adam, laat Lucas zien, allemaal zonen en dochters ofwel kinderen van God. Bij hem telt iedereen, jood en heiden, volop mee.

Daarmee, gemeente, laat ik de getalssymboliek verder rusten, en keer ik nog even terug naar Jozef. Het is best wonderlijk dat hij aan het begin van deze geslachtslijst staat. Want eerst wil Lucas ons in zijn evangelie laten geloven dat Jozef er niet aan te pas komt. Dat de verwekking bij Maria een wonderlijk gebeuren vanuit de hemel is geweest. En vervolgens stelt hij een stamboom op, die toch weer bij Jozef begint en dan uitkomt bij Adam, als de eerste mens. Zacht gezegd roept Lucas daarmee verwarring op, en dat kon wel eens heel bewust zijn. Alsof hij zeggen wil: je krijgt de persoon van Jezus niet op één noemer. Door zijn leven lopen twee lijnen, een goddelijke en een menselijke. Natuurlijk was Hij een gewoon mens, een Joodse man, een kind uit Israël, een zoon van David en Abraham, en ‒ zoals wij allen ‒ een nazaat van Adam. Maar ook is er dat geheim van zijn leven, die unieke verbondenheid met de Eeuwige. Daarvoor verwijst Lucas naar de Geest die eerst al een rol zou spelen bij de zwangerschap van Maria en die Jezus vanaf zijn doop volledig gaat vervullen. Dan is het alsof God zelf in Hem tot leven komt, vertellen de evangelisten elk op eigen wijze. Zoals ook Paulus met de Geest kan spelen in zijn brieven, bijvoorbeeld in I Korintiërs 15 maar ook elders. Er is volgens hem zoiets als een oude aardse Adam, de eerste mens. En ook is er een nieuwe geestelijke mens, met hemelse allure. Die mens wordt zichtbaar in Jezus, die als geen ander vol raakt van de Geest. Hij leeft enkel uit onbaatzuchtige liefde en blijft ook door de dood heen verbonden met God.

Met Adam, kun je zeggen, zijn we geschapen naar God beeld en gelijkenis ‒ Genesis 1. En Jezus laat ons zien wat dat inhoudt. Hij is de ware beelddrager die zichtbaar maakt wat God voor ogen staat. Hij laat ons zien wie God is en tegelijk wie wij kunnen zijn. Hij is de geliefde Zoon, en wij zijn ‒ op gepaste afstand ‒ de geliefde kinderen van God, onze schepper. Amen






 

terug