Preek van zondag 2 december 2018 Preek van zondag 2 december 2018

Goed nieuws?
Het Oude Testament kent een hele reeks profetische boeken, en die zitten vaak ingewikkeld in elkaar. Bijvoorbeeld omdat ze door de eeuwen heen zijn aangegroeid. Want er worden nieuwe teksten aan oude profetieën toegevoegd. Dat weten we van een boek als Jesaja, daarin komen minstens drie profeten aan het woord. De eerste Jesaja leeft in de tijd vóór de ballingschap, die ingrijpende en traumatische ervaring van Israël. U kent het verhaal ongetwijfeld: een belangrijk deel van de bevolking wordt weggevoerd uit Jeruzalem en leeft 50 jaar in Babel. Vijftig jaar, van 587 tot 537 voor Christus, aan de rivieren van Babylon, ver van huis. De eerste Jesaja ziet dat aankomen en heeft ervoor gewaarschuwd, maar tevergeefs. Na hem, aan het eind van die ballingschap in Babel, staat er een tweede Jesaja op. Hij ziet nieuwe politieke ontwikkelingen en ruikt kansen op een terugkeer naar het oude land. Hij roept zijn mensen op om moed en hoop te houden en zich hierop voor te bereiden. En inderdaad, een deel keert terug! Na hem, dus na de ballingschap, is er nog een derde Jesaja, aan wie allerlei losse profetieën worden toegeschreven. Die zijn aan het slot te vinden. Drie personen dus, en misschien zijn het er wel meer, zitten allemaal in dat ene dikke bijbelboek van in totaal 66 hoofdstukken.
Vanochtend lazen we uit een andere profeet, Zacharia. Voor dat bijbelboek, dat veel kleiner is dan Jesaja, geldt iets dergelijks. Ook dat bestaat volgens de kenners uit drie delen. Het begint met een profeet die rond het jaar 520 voor Christus in Jeruzalem leeft. Een deel van het volk Israël is inderdaad, zoals de tweede Jesaja aankondigde, teruggekeerd uit ballingschap. Maar thuis in Jeruzalem wil het niet echt vlotten. De herbouw van de stad en de grondig verwoeste tempel stagneert. Er is allerlei tegenslag, de spirit ontbreekt, de moedeloosheid slaat toe. Dat probeert deze Zacharia ‒ samen met Haggaï, een andere profeet ‒ met zijn visioenen te doorbreken. Die staan in de eerste acht hoofdstukken. Vervolgens komt een tweede Zacharia aan het woord, die een of twee eeuwen later leefde. Hij kijkt uit naar een nieuwe tijd van voorspoed en geluk. Op de pleinen van Jeruzalem ziet hij kinderen spelen terwijl de ouderen, leunend op hun stokken, staan toe te kijken. Een vrolijk en vredig beeld, een klein paradijs.
En dan is er nog een derde Zacharia. Die is vooral bezig met de eindtijd, lezen we vandaag in hoofdstuk 14, het slot van het boek. In zijn tijd is het alles behalve paradijselijk. De profeet voorziet een grote veldslag, tussen God en de volken die hem vijandig gezind zijn. Een alles beslissende strijd tussen goed en kwaad, zou je kunnen zeggen. Als die strijd gestreden is, zal God voorgoed, in een eeuwigdurende heerschappij, de wereld regeren. Dat verkondigt deze profeet in een apocalyptisch visioen waarin de natuur dramatisch mee verandert. Hij ziet voor zich dat de Olijfberg bij Jeruzalem in tweeën splijt, en er een dal ontstaat waardoor mensen wegvluchten. En er is een hele dag geen licht, alles is donker omdat de hemellichamen hun glans verliezen. Maar ook vertelt de profeet ‒ het goede nieuws ‒ dat er vanuit Jeruzalem twee rivieren vol zuiver water beginnen te stromen, één naar het westen en één het oosten. En in die eindtijd, horen we, zal God de enige God zijn en zijn naam de enige naam.
Van dit slot van Zacharia is het sprongetje naar het Nieuwe Testament niet zo groot. Want ook in Lucas 21 stuiten we op zo’n apocalyptisch visioen. Over de komst van de Mensenzoon, een mysterieuze gestalte. Als hij verschijnt, bekleed met macht en luister, komt er van alles in beweging. En net als bij Zacharia doet de natuur weer volop mee. Er zijn tekenen aan de zon, de maan, de sterren, en de zee buldert met groot geweld. En de hemelse machten, demonische machten die zich tegen God keren, gaan wankelen. Ze worden flink nerveus, ze zien dat hun einde nadert. Want de Mensenzoon, komend op een wolk, zal ze stuk voor stuk onderwerpen. Die eindverwachting leeft sterk in de tijd van het Nieuwe Testament. Want die Mensenzoon, die al door de profeet Daniël wordt genoemd, dat zou Jezus zijn. Men verwachtte dat Hij, na zijn hemelvaart en opstanding, weer snel op aarde zou terugkeren. Dan zou het Koninkrijk volledig doorbreken! Let op de vijgenboom, had Jezus toch zelf gezegd. Als die uitloopt, is de zomer nabij. En Hij had zijn volgelingen verzekert: deze generatie zal zeker niet verdwenen zijn wanneer dit alles gebeurt. Zo staat het ook in Lucas 21: deze generatie zal het meemaken.
Nee dus, zo is het niet gegaan! Dat mogen we nu, 2000 jaar en vele generaties later, in alle vrijmoedigheid vaststellen. Deze woorden zijn niet uitgekomen. Nee dus! Dat is nog altijd een lastig probleem, want wat moet je daarmee als kerk? En wat kun je als gelovige nog met die eindtijdvoorspelling en met de bijbehorende apocalyptische, nogal wonderlijke visioenen?
Zelf, gemeente, heb ik elk jaar weer moeite met de bijbelteksten waar het kerkelijk jaar vaak mee eindigt in november en waar de tijd van Advent vaak mee begint. Op het rooster staan angstaanjagende lezingen, over een periode vol geweld waarbij mensen in paniek op de vlucht slaan. Daarin zou ook de natuur meedoen, met grote aardbevingen en tsunami’s. En er zou zelfs een zeg maar kosmische catastrofe plaatsvinden als de hemellichamen reageren. Zon, maan en sterren geven geen licht meer en zorgen voor een aardedonkere wereld. The total eclipse. Met zulke dreigende taal begint Advent, terwijl het in mijn beleving een periode van hoopvolle verwachting zou moeten zijn. We zien uit naar Kerst, naar het kind dat geen oorlog maar vrede brengt, en naar zijn liefde die in een geweldloze strijd de wereld verovert. Wat een schril contrast met wat we vandaag lezen, eerst bij in de profetie van Zacharia en vervolgens in het evangelie van Lucas. Moeten we nog steeds rekening houden met zo’n apocalyptische eindstrijd, of kunnen we deze dingen 2000 jaar later met een gerust hart parkeren? En als we dat laatste doen ‒ en daar voel ik sterk voor ‒ hoe lezen we die teksten dan wel? Wat nemen we dan wel mee van deze wonderlijke profetieën?
Deze teksten, laat ik daarmee beginnen, moeten ons niet bang maken. Dan vrezen mensen dat de dreigingen, die elke tijd nu eenmaal kent in telkens nieuwe gedaanten, het begin van het einde zijn. Dat is echt niet nodig. Want inderdaad, je kunt ook nu weer een lange lijst met zorgen opstellen, met wat er zoal fout gaat in de wereld. Ook in deze tijd is dat geen probleem. En misschien zijn sommige problemen inderdaad groter dan ooit, wie zal het zeggen? Of zou elke generatie, elke tijd dat van zichzelf denken? De ondergang van het Avondland – onze westerse wereld ‒ is al talloze keren aangekondigd. Dat dreigement kan op den duur iets goedkoops krijgen. Ik zat een keer in een debat met ook een evangelicale collega. Terwijl het over iets heel anders ging, bracht hij opeens in, min of meer vanuit het iets: laten we niet vergeten dat het eind der tijden voor de deur staat. Jezus komt terug, binnenkort is het zover. En dus… keken de anderen hem aan? Moesten we het debat afbreken en haastig naar huis gaan? Moesten we ons drastisch bekeren en alles weggeven? Of toch maar, naar een oud advies dat wordt toegeschreven aan Luther, morgen gewoon nog een appelboompje planten? Gewoon doorgaan met ademhalen. Hoe dan ook, niemand raakte in paniek, we gingen rustig door met ons gesprek. Maar achteraf dacht ik wel even – wat is dat makkelijk praten. Zo,maar roepen dat Jezus terugkomt. Je kunt zoiets tot je laatste levensdag blijven verkondigen. En als je dood bent, kun je het niet meer corrigeren. Ja, op je rouwkaart misschien, als een ps: sorry, ik was geen profeet, ik heb me vergist.
Nee, zulke teksten moeten je niet bang maken maar alert houden. Laten we, zonder mee te gaan in zulke apocalyptische scenario’s, alert zijn op zorgelijke ontwikkelingen. Die zijn er vandaag de dag legio, zoals ze er in alle tijden zijn. Bijna iedereen denkt dan meteen, heel terecht, aan het klimaat en milieu. Daar staan we met elkaar voor levensgrote opgaven. Zelf denk ik ook aan de opkomst van het populisme en de ondermijning van de democratie. Waar loopt dat straks op uit? En ook de armoede en ongelijkheid in de wereld, met daaraan verbonden de stroom vluchtelingen die over de wereld trekt, heeft in mijn optiek iets dreigends. Kunnen we dat met mensen hier en daar in goede banen leiden? Tegelijk mag je niet uit het oog verliezen dat er door de jaren heen veel is verbeterd. Dat zien mensen vaak niet, omdat ze eenzijdig zijn gefocust op wat er fout gaat. Of omdat ze eenzijdig met en Nederlandse of Europese bril kijken. Veel dingen in de wereld gaan echt beter dan ooit. Tegenwoordig heb je, zo noem ik ze maar even, meerdere goed-nieuws-profeten. We hebben er zo-even één opgevoerd in ons Adventsproject. Zij onderbouwen met getallen en feiten dat wereldwijd, met name in Afrika en Azië, de levensstandaard sterk is verbeterd. Er is minder armoede en er is betere hygiëne. En steeds meer kinderen gaan bijvoorbeeld naar school. Dat alles is veelbelovend.
Eén van de bestsellers op dit moment is het boek ‘Feitenkennis’ van Hans Rosling, ik kan het de Sint van harte aanbevelen. Daarin laat de schrijver zien, met cijfers onderbouwd, dat het merendeel van de mensen veel te pessimistisch naar de wereld kijken. Want naast alle terechte zorgen zijn er des te meer hoopvolle ontwikkelingen gaande. Word geen pessimist maar wees een realist, is de boodschap van Rosling. Word niet bang, zou ik daar vanuit de Bijbel aan willen toevoegen, maar blijf alert. Word niet moedeloos, maar koester de hoop. Die oproep zit diep in veel bijbelse verhalen.
Het zit ook mooi in het beeld van de vijgenboom die weer uitloopt: blijf alert, ook op de goede dingen, en koester de hoop op een nieuwe zomer. En laat je niet meeslepen in de angst, het doemdenken of pessimisme om je heen. In je eentje is dat lastig, beseffen we als kerk, dat kun je veel beter samen doen. Daarom vormen we samen een gemeenschap van geloof, hoop en liefde. Want waar de één het even niet ziet zitten, is er een ander die je opbeurt en nieuw perspectief biedt. Zo dragen we elkaar en leven we in vertrouwen Gods toekomst tegemoet. Niet angstig maar alert. Amen

 

terug