Preek van zondag 3 november 2019 Preek van zondag 3 november 2019
God alles in allen
Bij het afscheid van een geliefde klinkt regelmatig de vraag naar het waarom. Zeker als aan iemands overlijden een zwaar ziekbed voorafging, of een levensfase vol verwarring en ontworteling. Waarom toch dat kwaad van ziekte, aftakeling en een moeizame dood? Je krijgt er geen antwoord op en ‒ voeg ik daar graag aan toe ‒ het kan bevrijdend zijn de vraag niet meer te stellen. Maar dat is vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Die waarom-vraag krijgt een extra lading als er pijnlijke dingen zijn blijven liggen. Deze week was op TV een indrukwekkende documentaire. Een vrouw van in de veertig was als meisje jarenlang misbruikt door haar oudere neef, leed daar nog altijd onder en ging daar nu met hem over in gesprek. Dat was een moeilijk en uiterst pijnlijk ontmoeting, maar je zag wel dat het op een of andere manier heilzaam was. Het brak iets open. Hoe vaak echter komt zo’n gesprek er niet, omdat een dader niet wil praten of omdat iemand al dood is voordat er excuses gemaakt zijn. Ook de dingen die onaf bleven of nooit zijn besproken en werden rechtgezet, horen dan bij de pijn van het waarom.
Vaak wordt bij die vraag naar God gekeken. Had die er iets mee te maken? Of waarom greep God niet in om dingen recht te zetten? Hij zou almachtig en alziend zijn. Nou, dan lag God zeker te slapen of kneep Hij een oogje toe. Ik was zeker niet de moeite waard? Toch kun je bij die oude voorstelling grote vraagtekens plaatsen. In de Bijbel is God minder almachtig dan menigeen denkt. Neem het fragment uit I Korinte 15, van de hand van Paulus, de man die afgelopen weken in onze gemeente volop de aandacht kreeg. In drie avonden probeerden we hem beter te leren kennen en ook waarderen. Paulus laat doorschemeren dat God niet zomaar almachtig is en dat je het kwaad niet op zijn conto kunt schrijven. I Korinte 15 vertelt ons dat God in deze wereld veel weerstand ondervindt en nog altijd in duel is met het kwaad, het kwaad dat vele vormen kent. Een duel dat Jezus voert in zijn naam, totdat ‒ staat er ‒ al Gods vijanden zijn onderworpen. Zover is het nog niet, dat moet nog gebeuren. Pas dan is alle macht aan God en zal Hij alles in allen zijn.
Zoiets lezen we ook in het evangelie. Nergens beweert Jezus: die ziekte of narigheid heb je van God. Integendeel, Hij bevecht het juist in naam van God. Paulus zou zeggen: Jezus is in duel met allerlei duistere machten in deze wereld. We kennen ze wel: het kwaad in de wereld, van ziekte, ongelukken en natuurgeweld, en ook het kwaad in de mens, van agressie, verslaving, hebzucht en misbruik. Het is allemaal zo hardnekkig, dat het op een zelfstandige macht lijkt die hoog boven ons uittorent. Maar God staat ons nabij, laat een strijdende Jezus zien, als deze mensenzoon een wal opwerpt tegen deze dingen. En wij staan God bij, als we in navolging van Jezus opkomen voor vrede en recht, ook voor onderwijs en gezondheidszorg en voor allerlei heilzame activiteiten en initiatieven. Uiteindelijk, belooft Paulus, komt het goed en zal God alles in allen zijn. Dat vind ik prachtige woorden en een prachtige belofte: God alles in allen. Je kunt ook vertalen: God alles in alles, want het gaat niet alleen om mensen. Heel Gods schepping doet er in mee. Die belofte roept dan het beeld op van de Geest, zeg maar Gods inspirerende liefde en creativiteit, die mensen voor zich wint en doordringt tot in alle uithoeken van de aarde. God die op die manier onder ons en in ons komt wonen.
Dat laatste heeft ook Zacheüs ervaren. Opeens krijgt hij van Jezus te horen: vandaag neem ik bij jou mijn intrek, vandaag kom ik bij jou wonen. Op nogal dwingende wijze nodigt Jezus zichzelf bij hem uit. Niet omdat Hij geen andere onderdak kan vinden en wil genieten van de luxe van deze rijke tollenaar. Nee, Jezus ziet waar Zacheüs ten diepste naar hunkert. Hij verlangt ernaar dat Gods liefde binnenkomt in zijn huis en doordringt in zijn bestaan. Deze tollenaar is meer arm dan rijk. Hij heeft geen schoon geweten en geen echt contact met de mensen. Hij is geen rechtvaardig mens, geen ware zoon van Abraham. Je voelt hoe hij er daar wel naar verlangt, als hij wil zien wie Jezus is. Hij haalt er hele rare capriolen voor uit, want wie klimt er nu zomaar in een boom? Je voelt hoe graag Zacheüs de bakens wil verzetten. Hij zit vol spijt en berouw maar van excuses en herstel van relaties kwam het maar niet.
Bij Jezus is hij aan het goede adres, bij deze mensenzoon die juist diegenen opzoekt die de weg kwijt zijn. Zacheüs zit eenzaam en verloren boven in een boom, hunkerend naar een nieuw begin. Jezus heeft dat gezien en helpt hem de drempel over. ‘Vandaag moet Ik in jouw huis verblijven’. Dat wordt door Zacheüs met beide handen aangegrepen. Door liefde getroffen, door genade overweldigd, begint hij meteen schoon schip maken. Hij gaat niet zomaar staan, hij staat op en begint een nieuw leven! Van wat hij bezit gaat de helft naar de armen. En wie hij geld heeft afgeperst, krijgt het viervoudig terug. Hij wist blijkbaar nog hoe het moest. Als een ware zoon van Abraham wordt hij een rechtvaardig en gastvrij mens. Hij was verdwaald, verloren, maar wordt door Jezus teruggevonden. Zijn leven zat lange tijd op dood spoor, maar krijgt opeens weer toekomst. Gods liefde heeft bij hem onderdak gevonden.
God alles in allen. Die belofte proberen we als kerk hoog te houden. Een belofte die over dit aardse bestaan heen reikt. Want niet alleen ziekte, onrecht en geweld worden overwonnen, maar ook de dood moet eraan geloven. Death thou shalt die, schreef de Engelse dichter John Donne ooit kort en krachtig. Dood, je zult sterven. Een troostrijke belofte, zeker op deze dag van gedenken. Zo’n belofte neemt ons verdriet niet weg, maar ontsteekt daarin wel iets van licht, het licht van de hoop. Zodat de pijn van het gemis draaglijker wordt. Te midden van wat mensen meemaken is er een God die ons leven draagt, ook door de dood heen. Zijn naam: Ik zal er zijn. Zijn belofte: Ik zal alles in allen zijn. Amen


 
terug