Bij overdracht schilderijen op dinsdag 12 maart 2019 Bij overdracht schilderijen op dinsdag 12 maart 2019

Eliëzer ontmoet Rebekka bij de put - Genesis 24

Een man die in bijbelse tijden een vreemde stad bezoekt, gaat niet als eerste naar de waterput. Nee, die gaat normaliter naar de poort en naar het plein dat daarachter ligt. Daar komen de mannen van de stad bijeen, daar wordt handel gedreven, recht gesproken en kan men om onderdak vragen. Nee, als een man bewust naar een put gaat, geeft hij te kennen dat hij een vrouw wil ontmoeten. Dat geldt in zekere zin ook voor de naamloze meesterknecht van Abraham in Genesis 24, van wie vermoed wordt dat het Eliëzer is. Hij was echter niet op zoek naar een vrouw voor hemzelf maar voor Isaak, de zoon van Abraham en Sara.
De waterput is naast het tankstation voor mens en dier ook het café of de bar van de oudheid. Hier konden mannen en vrouwen elkaar al ontmoeten en vervolgens hun ouders tippen op een geschikte kandidaat voor een – dat wel ‒ gearrangeerd huwelijk. Bij zo’n put kiest Eliëzer positie, als hij een geschikte vrouw zoekt voor Isaak, de laatgeboren zoon van Abraham en Sara. Over niet al te lang zal hij wees zijn. Want moeder Sara is al overleden, vertelt Genesis 23. En ook Abraham is niet meer de jongste. Eén hoofdstuk later, in Genesis 25, sterft ook hij. Er staat dus druk op de ketel.
De waterput van ons schilderij staat niet in het land Kanaän. Nee, Eliëzer moet richting Ur, de stad waaruit Abrahams vader ooit vertrok maar waar nog wel een broer van hem woont. Want een vrouw uit het land Kanaän, daar voelt Abraham weinig voor. Het moet iemand uit de eigen familie worden. Ook al was hij daar ooit weggetrokken. Bij die put is daar ongetwijfeld over gepraat. Hoe zou het toch met oom Ab of oom Bram zijn, die destijds vertrokken was. Die dromer, die wonderlijke man. Hij meende een stem te horen die hem een mooie toekomst beloofde in een ver land. En die arme Sara moest met hem mee. Nee, daar rustte geen zegen op. Op hoge leeftijd waren ze nog kinderloos. Een mislukt project, al was er uiteindelijk toch nog een zoon geboren: Isaak ‒  hij die lacht en anderen laat lachen. Of was hij het lachertje van de familie?
Deze Isaak heeft een vrouw met pit nodig. Want zelf is hij geen krachtfiguur. Hij zal in de schaduw staan van die andere twee aartsvaders. De grote Abraham, en de kleurrijke Jacob.  Over Isaac weet de Bijbel weinig te vertellen. Ja, bij hem ging de liefde door de maag, en zo hield hij meer van Ezau dan van Jacob. Maar toen liet hij zich, oud en blind als hij was geworden, uiteindelijk piepelen door Jacob, vermomd als Ezau. Die bekende truc waar Rebekka ‒ onderschat haar niet! ‒ aan mee zal doen.
Eliëzer heeft geen truc maar een test bedacht. De vrouw die hij zoekt put niet alleen water voor zichzelf, maar zal ook hem en zijn kamelen te drinken geven. Wie ingaat op zo’n verzoek, heeft oog voor de ander, ook voor een onbekende kwetsbare vreemdeling. Ja, die heeft het hart absoluut op de goede plek zitten. En wie zoiets doet, moet ook sterk zijn. Want kamelen zijn hele grote drinkers! Rebekka komt meteen in actie en sjouwt tientallen liters water naar deze dorstige dieren. Geschikt of ongeschikt – u kent die reclame van de landmacht waarschijnlijk nog wel? Eliëzer zet een dubbel kruisje bij geschikt. Rebekka is een vrouw, misschien niet met ballen maar wel met spierballen.
Rebekka zegt ja en kent geen aarzeling. Als haar familie nog wat extra tijd wil  om afscheid te nemen, geeft zij zelf aan wel meteen te willen vertrekken. Ze beseft dat ze hard nodig is, om de rouwende Isaak te troosten en bij te staan. Ze vraagt nergens of hij wel een beetje knap en stoer is. Nee, misschien heeft ze al door dat ze daar niet teveel op moet rekenen. Maar ze beseft dat ze nodig is, in de geschiedenis van aartsvaders en aarsmoeders, in het grote verhaal van God en zijn mensen dat af en toe aan ene dun draadje hangt. Dat verhaal moet het niet alleen van moedige mannen hebben, maar evenzeer van sterke vrouwen. En dat had Eliëzer snel en scherp gezien. Deze Rebekka is een sterke vrouw, geen mannetjesputter maar een vrouwtjesputter!


 

terug