Preek van zondag 9 juni 2019 Pinksteren Preek van zondag 9 juni 2019 Pinksteren
De vruchten van de Geest

Het mag wel wat enthousiaster in de kerk. Volgens sommigen is dat de actuele boodschap van Pinksteren. Kijk maar hoe het destijds toeging in Jeruzalem, onder de eerste christenen, in het tafereel dat het Handelingen beschrijft. Lees hoe daar de Geest rondgaat als wind en vuur, hoe er een uitbundige sfeer ontstaat, een enthousiasme dat bijna op dronkenschap lijkt. Hebben we dat ook nu niet nodig ‒ zo’n vlammend nieuw elan voor de kerk? Want volgens Jezus zijn we toch het zout der aarde. Maar als we niet uitkijken, schreef iemand ooit, dan lijken we meer op de zoutzakken der aarde. Wat is er nog over van dat sprankelende begin? Is de toekomst van de kerk niet aan de Pinkstergroepen die daar met hun geestdrift bewust op teruggrijpen?

Dat hoor je nogal eens. Zelf zet ik er grote vraagtekens bij. Want geen mens is, hoe bewust je ook met je geloof bezig bent, altijd blij en opgetogen. Daarom krijgt zo’n enthousiasme snel iets krampachtigs. Bij elke pastorale ronde door de gemeente ben ik weer onder de indruk van alle zorgen onder mensen. Wat maken we niet mee aan pijn, verdriet en narigheid? Wat speelt er niet allemaal aan problemen, in ons eigen leven of onze nabije omgeving? De één krijgt te maken met lichamelijke ziekte, een ander zit geestelijk in de knoop of financieel in de knel. En dan heb ik het nog niet over wat er wereldwijd allemaal speelt. Zulke dingen bid, zing of juich je niet zomaar weg. Enthousiasme laat zich niet opleggen of forceren, nee, we hebben vermoedelijk weinig behoefte aan verplichte vrolijkheid.
Enige nuchterheid ‒ durf ik wel te zeggen ‒ siert de kerk. Maar goed, als er wel reden tot enthousiasme is, dan moeten we daar ook niet te bang of benauwd voor te zijn. Dat gebeurt als we te zeer vastzitten in oude vormen of stugge patronen, dan verdwijnt onze spontaniteit of creativiteit. En waar die niet de ruimte krijgen, daar wordt het inderdaad snel een dooie boel. Dan heeft de kerk juist wel behoefte aan zo’n nieuwe Pinkstergeest, aan een frisse wind en aan vurige mensen met een enthousiaste uitstraling.

Maar hoe dit dan in de Bijbel? Die kan op sterk verschillende manieren vertellen over wat de Geest zoal teweeg brengt. Bij iemand als Lucas ‒ blijkt in Handelingen, zijn tweede boek – krijgen uiterlijke tekenen veel aandacht. De Geest is daar zichtbaar, hoorbaar, bijna tastbaar aanwezig. In wind en vuur, in een wirwar aan stemmen en talen, in uiterlijk vertoon dat de nodige indruk maakt. Heel anders ligt dat echter bij Paulus, zoals blijkt in zijn brief aan de Galaten. Daar staat de Geest vooral aan de basis van een innerlijk gebeuren, een proces van persoonlijke verandering en vernieuwing. Minder opgetogen, meer ingetogen.
Vermoedelijk heeft Paulus onder zijn tijd- en geloofsgenoten iets teveel van dat enthousiasme meegemaakt, zoals in Korinte. De samenkomsten daar kenden soms chaotische taferelen vol geestvervoering en verwarring. Mensen spraken daar bijvoorbeeld in tongen en zeiden dan de meest vreemde en onnavolgbare dingen. Meer ingetogen benadrukt Paulus daarom graag: waar de Geest aan het werk is, daar verandert vooral iets binnen in een mens, daar groeien in hem of haar nieuwe vruchten. In Galaten 5 zet Paulus maar liefst negen van deze vruchten op een rijtje, zeg maar negen eigenschappen of negen deugden. Samen vormen ze de nieuwe levenshouding die God voor ogen staat. Zo’n geestrijk mens, aldus Paulus, straalt liefde, vreugde en vrede uit. Zo’n mens kent geduld, vriendelijkheid en goedheid. Zo’n mens is ook betrouwbaar, zachtmoedig en kent zelfbeheersing. Waar je deze vruchten ziet, aldus Paulus, daar is de Geest aan het werk. Daar groeit Christus onder ons en in ons.
Best verrassend. Ook bij Paulus gaat het blijkbaar om de praktijk van alledag. Geloof staat bij hem niet ‒ zoals vaak gedacht wordt – op gespannen voet met goede daden, of met werken aan jezelf. Nee, aangeraakt door Gods Geest ga je groeien in goedheid en liefde. Waar hij ons wel graag van bevrijdt, blijkt ook weer in Galaten 5, is een verkrampte levenshouding. Een soort perfectiedrang, een keurslijf waarin we plichtmatig leven volgens strikte wetten, regels en patronen. Want dan is het gevaar groot dat je liefde klem komt te zitten en je bevlogenheid wegebt. De letter doodt, de Geest maakt levend – zo luidt de opvallende en uitdagende uitspraak van Paulus. De Geest van Pinksteren bevrijdt ons van kramp en dwang.
Bij Paulus, proef je in al zijn brieven, gaat de goedheid van God voorop. We leven uit zijn genade, zijn aangeraakt door de liefde van Christus, en laten ons meenemen op de vleugels van de Geest. Dat is voor hem een overweldigende en bevrijdende geloofservaring. Maar die blijft niet in de lucht hangen. Het is niet de bedoeling dat we gaan zweven maar dat we landen. Dat we hier op aarde, in ons leven van alledag, goede vruchten voortbrengen. Want aan zulke vruchten herken je de boom, heeft Jezus zelf ook meerdere keren benadrukt. Zijn liefde daagt ons uit om ware, warme menselijkheid te tonen.
Dat is minder makkelijk dan we denken. Want dat zit ons niet in het bloed. Onze hartstochten en begeerten zit ons in de weg, aldus Paulus. Als het erop aankomt, volgen mensen vaak blindelings hun ego of eigenwaan, en hun behoefte aan wraak of andere driften. Laat het los en overwin jezelf, want wie Christus toebehoort – zegt hij hier letterlijk ‒ ‘slaat deze dingen aan het kruis’. Laat het dus met Christus afsterven, om als een nieuw mens met hem op te staan, vol van zijn Geest.
Paulus bepaalt ons op deze Pinksterdag bij wat we uitstralen, als gelovigen en als gemeente. Dat is een actuele vraag. Want er kan in onze tijd makkelijk een sombere, brommerige sfeer ontstaan. Bijvoorbeeld als we enkel in termen van verlies praten: minder mensen, minder geld, minder speelruimte. Op zich is dat niet onwaar, maar waar dat gaat domineren schiet een kerk zichzelf in de voet. Een sombere, brommerige gemeente verliest haar aantrekkingskracht en toont veel te weinig haar goede vruchten. Die zijn er nog altijd in overvloed. Ja, ik durf wel te beweren dat er de afgelopen decennia juist op dit terrein grote winst geboekt. In de breedte van de kerk is veel starheid en dorheid verdwenen. Ook kom je steeds minder drammers tegen die alles precies weten en makkelijk over een ander oordelen. De hete hoofden en kille harten, waar protestanten dikwijls om bekend stonden, zijn meer en meer voltooid verleden tijd. Trouwens, laten we niet doen alsof degenen die de kerk loslieten steevast de meest lieftallige en ruimdenkende mensen waren. Nee, onder de kerkverlaters die ik af en toe spreek zitten heel wat brompotten, die vooral overtuigd zijn van hun eigen gelijk. Of ze zien vooral wat er niet goed is aan de kerk, zonder dat ze zelf een goed alternatief kunnen bieden. Dat is niet wat je noemt een vruchtbare houding.
Anders dan een Nashville verklaring, halen positieve ontwikkelingen in de kerk niet snel de krant. Al kwam de PKN kortgeleden wel verrassend in het nieuws met haar handreiking aan transgenders ‒ mensen die zich niet thuis voelen in hun lichaam en een geslachtsverandering ondergaan. Zoiets betekent ook een verandering van je naam en identiteit, en daaraan zou de kerk liturgisch vorm kunnen geven met een zegening. Een betekenisvol gebaar voor deze vaak kwetsbare mensen: de belofte dat God hen hoe dan ook vasthoudt en trouw blijft. Voor mij een teken dat er in de kerk echt een andere Geest is gaan waaien. Je proeft hier vruchten van zachtmoedigheid en verbondenheid, van wat we vandaag de dag invoelend, empathisch vermogen noemen.
Vruchten in het verlengde van wat Paulus ons aanreikt in zijn brieven, gelezen vanuit de liefde. Dus niet zozeer naar de letter als wel naar de Geest. Zulke goede vruchten zorgen voor een weldadige sfeer in de kerk, en beloven haar een nieuwe toekomst. Ze laten zien dat de Geest ook vandaag de dag nog altijd haar inspirerende werk doet. Ook onder ons, ook in ons. Misschien minder opgetogen dan ooit die Pinksterdag in Jeruzalem, Maar meer ingetogen, meer op de wijze van Paulus. Amen.





 
terug