Preek van zondag 6 januari 2019, Epifanie Preek van zondag 6 januari 2019, Epifanie

Gemeente van Jezus Christus

In mijn vorige gemeente was een oudere man die op een keer het voorstel deed de Bijbel te herschrijven. Want hij las graag in dit oude boek, maar liep ook regelmatig tegen dingen op die gewoon niet konden. Die lieten bijvoorbeeld een wereldbeeld zien dat ondertussen is achterhaald. Want de aarde is niet het middelpunt van het heelal. Evenmin staat ze stil en is ze plat, met daarboven een hemelkoepel waarlangs zich de zon, maan en sterren bewegen. Een koepel die als een kaasstolp over die platte aarde heen staat. Nee, we weten ondertussen dat de aarde rond is en als een van de planeten om de zon draait, en ook nog eens om haar eigen as. Moeten we zulke inzichten niet verwerken en sommige bijbelverhalen gaan herschrijven? Neem dat wonderlijke verhaal in het Oude Testament, waar God de zon stil laat staan aan de hemelkoepel. Op die manier duurt de dag zo lang dat Jozua alle tijd heeft om zijn vijanden vernietigend te verslaan. Niet alleen vanwege het geweld, ook vanwege die zon die om de aarde zou draaien gaat zoiets er vandaag de dag bij ons niet meer in.

Dezelfde bezwaren komen op de wijzen uit het Oosten. Wat in dit verhaal verteld wordt, past wel in het wereldbeeld van toen maar niet meer in dat van nu. Sterren bewegen niet op zo’n manier dat ze je de weg wijzen, naar een woning in Bethlehem, met eerst nog een tussenstop in Jeruzalem. Terecht schudden we tegenwoordig dan ons hoofd. Zoiets doen sterren niet, en ook een vallende ster, een komeet of meteoriet komt niet in aanmerking. Toch zou ik dit verhaal niet willen herschrijven, zodat het alsnog in ons moderne wereldbeeld past. Nee, zo’n voorstel is onbegonnen werk. Want waar begin je ‒ ja, in Genesis 1  ‒ en waar houd je op? Maar het lijkt me beter regelmatig een waarschuwing te laten horen, een soort disclaimer: neem bijbelverhalen niet zomaar historisch of letterlijk, noch in het Oude, noch in het Nieuwe Testament. En besef dat iemand als Matteüs op een bijzondere, theologische manier aan het vertellen is. Hij verpakt zijn geloofsboodschap in een verhaal vol symboliek. Zoals bijbelschrijvers regelmatig doen. Neem hun verhalen dus niet zomaar letterlijk, maar neem ze serieus. Ook in 2019 zal dat mijn stokpaardje zijn.

In sterk symbolisch getinte verhalen gaat Matteüs ons uittekenen wie Jezus is. Dit machteloze kind in het nietige Bethlehem, luidt zijn boodschap, zal de ware messiaanse koning blijken van Israël en van alle volken. Daarom komen vreemde vorsten hem hun eer bewijzen en geschenken brengen, terwijl koning Herodes ‒ de grote Herodes! ‒ machteloos en stampvoetend aan de zijlijn staat. Dat verpakt Matteüs in een speels en sprankelend verhaal waarin telkens iets van het Oude Testament oplicht. Het zit vol subtiele hints.  Misschien is het wel meer geschikt voor een gesprekskring, een leerhuis, dan voor een zondagse overdenking. Want eigenlijk zou je samen rond de tafel moeten zitten, met de Bijbel in de aanslag. Dan kun je rustig nalezen wat onze evangelist allemaal oproept in zijn verhaal.

Wat zijn dat voor bijbelse associaties, waar moeten we dan aan denken? Onder andere aan Jesaja 60, onze eerste lezing. Daar gaat het al over koningen die zich laten leiden door het licht. Ze komen op hun kamelen naar Jeruzalem, aldus de profeet, beladen met wierook en goud – twee van de drie geschenken. Ook Psalm 72, het lied dat we bij de lezingen zongen, komt hier tot leven. Daarin buigen woestijnbewoners zich voor de vredevorst en brengen koningen hem een geschenk. Verder worden we herinnerd aan de profetie van Bileam, de man met de sprekende ezelin. Hij ziet een ster ziet opgaan in Israël, een scepter in het land van Jacob. Ook dat verhaal krijgt hier een vette knipoog.

En natuurlijk moeten we meteen aan Abraham denken. Ook hij kwam uit het oosten, uit Ur der Chaldeeën. Ja, ooit maakte deze aartsvader dezelfde reis, uit de buurt van het huidige Irak en Iran naar het beloofde land. Daar wordt hem een nageslacht beloofd, ontelbaar als de sterren aan de hemel. Ook Abraham ging zomaar op weg, geen ster maar een stem achterna. De Stem die hem opriep om zijn oude leven los te laten. Hij liet zijn familie, zijn geboortegrond en ook zijn godenwereld achter zich. En nu zijn het dus deze wijzen die op reis gaan. Magiërs die naar de hemel turen, om in de sterren het lot van mens en wereld af te lezen. Maar dat laten ze nu als dwaasheid achter zich. Ook zij maken zich los uit hun oude wereld vol goden en sterren, en gaan op zoek naar het ene, grote en ware licht. Op die manier volgen ze het voorbeeld van aartsvader Abraham.

Wat kunnen we vandaag de dag met dit verhaal? Voor mij schemert hierin iets door van twee manieren van geloven. De ene manier houdt graag vast aan het oude vertrouwde en heeft een grote behoefte aan houvast. Je gaat niet op reis maar blijft zitten waar je zit. Wie is God, hoe lees je de Bijbel, wat moeten we geloven en doen, en wie deugt er wel of niet ‒ het zou allemaal vastliggen in onze christelijke traditie. Zo’n verlangen is herkenbaar, naar eenduidigheid en zekerheid, naar inzichten en patronen die houvast bieden in dit vaak onzekere en wankele bestaan. Dat vraagt men dan ook van een dominee: vertel ons gewoon wat we moeten geloven en hoe we moeten leven. Zoiets kan heel prettig zijn, maar heeft ook iets krampachtigs. En het biedt, vrees ik, toch vooral schijnzekerheid. Want geloven is niet zo eenduidig. Wie of hoe God is, waar Hij in de wereld of in ons leven te vinden is ‒ er is niemand die je dat op een presenteerblaadje kan aanreiken. Hij blijft altijd een min of meer verborgen God, vertelt de Bijbel eerlijk. Een God die wel zijn stem laat klinken of zijn licht laat schijnen, maar die je nooit zomaar in handen hebt. Hij is een God die mensen roept en richting geeft aan ons leven, maar tegelijk ruimte biedt om hun eigen keuzen te maken. Een God die, zoals bij de wijzen, mensen in beweging zet. Om iedere keer opnieuw te ontdekken wat goed en kwaad is in deze wereld of wat wijs en dwaas is in ons bestaan.

Dat laatste laat een tweede, heel andere manier van geloven zien. Daar spelen dingen als loslaten, zoeken en verlangen een grote rol spelen. Dan heb je als gelovige niet veel behoefte aan zekerheden, maar blijf je vooral een reiziger of pelgrim. In je rugzak zit dat oude Woord, dat inspirerende boek vol teksten en verhalen van profeten en evangelisten. En voor je ligt een wereld die je met open ogen en oren tegemoet treedt, gericht op de taken en uitdagingen van deze tijd. Een tijd die vragen kan oproepen die in bijbelse tijden nog niet speelden. Bijvoorbeeld door nieuwe inzichten in het heelal en de sterren, of in de wording van de wereld en het leven. Of dichterbij huis, inzichten in hoe mensen in elkaar zitten en hoe onze hersenen werken. Of ook hoe ziekte ontstaat en bestreden kan worden. Het is ook een kritische tijd waarin je veel kunt leren over het ontstaan van de wereldgodsdiensten en van heilige boeken als de bijbel en de koran. En over allerlei vormen van geloof die alles behalve gezond zijn. Want je kunt er ook door misvormd worden, beseffen we meer dan ooit. De één wordt er angstig of depressief van zijn geloof, een ander onverdraagzaam en agressief.  Geloof kan soms uiterst dubieuze wegen gaan en bijdragen aan geweld en discriminatie.

Zo kan de moderne tijd lastige vragen stellen aan de wereld van religie, kerk en geloof. Die vragen kun je uit de weg gaan, door je af te schermen met vaststaande antwoorden. Maar je kunt ze ook eerlijk onder ogen zien, zonder je in te dekken met een pasklare reactie. Zelf pleit ik graag voor dat laatste. Er is de laatste decennia van alles in beweging is gekomen, ook in ons geloof, onze bezinning op God, mens en wereld. We leven in een tijd dat weinig dingen vanzelfsprekend zijn en ook God – zo koos iemand als boektitel ‒ een open vraag is. Bij zo’n open vraag is het goed om, net als Abraham, nieuwe wegen te verkennen en niet teveel bagage mee te slepen. Vanuit het besef dat je misschien, net als hij, eerst veel moet loslaten om vervolgens weer iets van nieuw houvast te vinden.

Zo’n open, beweeglijkheid geloof betekent dat je jaar in jaar uit op zoek blijft naar wijsheid en inzicht, naar gerechtigheid en vrede, naar God, je naaste en jezelf. Open voor de stem, de ster, het licht van de Bijbel. Open voor de Geest die ons nieuwe wegen wijst. Als kerk hebben we dat hard nodig in deze tijd: loslaten wat onvruchtbaar is geworden, en zoeken naar nieuwe wegen. Want het lijkt gelukkig wel minder hard te gaan met de terugloop van leden. En wie bleven of opnieuw gingen meedoen vormen nog altijd een levendige gemeenschap. Maar we zijn vaak nog niet een plek waar nieuwe godzoekers zich thuis voelen. Dat kunnen jongvolwassenen zijn die als tieners weinig aan hun geloof deden, maar nu weer openstaan voor godsdienst en spiritualiteit. Of het zijn ouderen die eerder meenden wel klaar te zijn met kerk en geloof, maar daar nu toch voorzichtig op terugkomen. Vaak zoeken zij naar een open, frisse, kritische manier van geloven waarmee je het gesprek met deze tijd aankunt. Doordacht en doorleefd, met ruimte voor de vragen en twijfel die ieder mens nu eenmaal kent.

Dat wens ik ons toe, in het nieuwe jaar en in de verre toekomst: een ruimhartig kerk, waarin jong en oud vrijuit hun geloof kunnen beleven en ontplooien. Een hechte gemeenschap waarin je er bent voor elkaar en tegelijk jezelf kunt zijn. Amen.




 

terug