Preek oudejaarsavond, 31 december 2018 Preek oudejaarsavond, 31 december 2018

Gemeente van Jezus Christus,

‘Alles heeft zijn tijd’. Hoe vertrouwd klinken ons die woorden in de oren? Hoe vaak nemen we ze zelf niet in de mond? ‘Voor alles wat er gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel’. Zo wisselen allerleitijden, perioden en fasen in ons leven elkaar af. Menigeen kan het beamen. Toch is het goed je af te vragen wat Prediker nog meer met deze woorden bedoelt. Het is best een kunst om daar achter te komen. Om die woorden echt te doorgronden binnen het geheel van wat Prediker hier schrijft. Anders zouden we hem onrecht kunnen doen. Zo zijn er bijvoorbeeld mensen die hem fatalistisch vinden. Iemand die zich bij voorbaat neerlegt bij wat er gebeurt aan heil en onheil, omdat de dingen nu eenmaal gaan zoals ze moeten gaan. Daar verander je niets aan, want ten diepste zou het zo door God zijn uitgedacht en bepaald. Is dat wat Prediker bedoelt?

Mocht dat zo zijn,  zo voelt u wel aan, dan vervaagt het onderscheid tussen God en lot. Dan lijkt de wil van God samen te vallen met het noodlot dat een mens treft. Maar dat hoor je Prediker niet zomaar beweren. Wel zegt hij dat God alle dingen onder de zon een tijd geeft. Maar daar voegt hij niet aan toe dat we die dingen ‒ ook de kwade ‒ zeg maar klakkeloos te aanvaarden hebben. Wel lijkt Prediker minder opstandig dan Job. In het boek Job komen we iemand tegen die hoofdstukken lang blijft protesteren tegen wat hij als onrecht ervaart. En die aan het einde wel zwijgend lijkt in te binden, maar op een of andere manier ook gelijk krijgt. Want alleen mijn dienaar Job heeft juist over mij gesproken, verklaart God aan het slot van het verhaal, en niet die vrienden van hem die het allemaal zo goed meenden te weten. Prediker is anders, hij kent minder verzet. Toch zegt ook hij niet dat de dingen helaas zijn ‘zoals ze zijn’ en dat je dat maar snel moet aanvaarden. Nee, als hij dat doet, dan is het niet klakkeloos maar, zo las ik ergens, eerder ‘kreunend’. Hij worstelt ermee, verzet zich niet echt maar geeft zich ook niet zomaar gewonnen. Hij kreunt.

Prediker is geen fatalist en evenmin een deïst. Dat woord kent u misschien niet, maar is simpel uit te leggen. Het gaat om een oude gedachte die je nog vrij regelmatig tegenkomt. Deïsten zijn mensen die geloven dat God deze wereld ooit heeft geschapen maar vervolgens ook heeft losgelaten. Hij zou zich niet meer met de gang van zaken hier op aarde bemoeien. Hij is als de ambachtsman die een uurwerk maakt en ook in beweging zet, en het vervolgens zijn eigen gang laat gaan. Na de schepping zou God dus op afstand blijven, Hij probeert zijn wereld niet meer aan te sturen. Zowel de mensheid als de natuur gaan dus hun eigen gang, zonder dat God daar invloed op uitoefent. Hij handelt niet buiten zijn eigen natuurwetten om en houdt zich dus aan die spelregels, aldus de deïst. Op die manier leggen mensen uit dat het kwaad in de wereld niet rechtstreeks van God komt en dat Hij niet ingrijpt bij ziekte of ander onheil dat ons treft. Deïsme is een visie die je met name onder wetenschappers kunt tegenkomen. Zij verwonderen zich over de schoonheid van het leven en het ontwerp van de wereld, maar hoeven dan in hun onderzoek geen rekening te houden met God of een goddelijke Geest die daarin werkzaam is.

Op die lijn zit onze Prediker niet, het ligt bij hem nog een tikkeltje anders. Want volgens hem zou God zich wel degelijk met deze wereld bemoeien. In meerdere fragmenten schrijft hij over de daden die God nog steeds doet. Maar er is één groot probleem: die activiteit van God onttrekt zich bijna volledig aan ons zicht. Het ontbreekt ons aan kennis en inzicht, we kunnen er met ons verstand niet bij, we kunnen God op geen enkele manier doorgronden. Daar zit de clou bij Prediker. Het meeste, je kunt ook zeggen: het meest wezenlijke van God blijft voor ons verborgen. Je kent zijn daden niet, onderstreept hij verderop, net zomin als je iets weet over de wegen van de wind. Gods wegen zullen voor ons altijd een mysterie blijven. Dat vraagt om bescheidenheid. Je kunt God niet zomaar aanwijzen, in je eigen leven, in deze wereld, in de geschiedenis. Dus als iemand roept: hier is God aan het werk, dan zal Prediker daar graag een vraagteken bij plaatsen. Dat is een mooie waarschuwing, bijvoorbeeld voor christenen in Amerika die in Trump een gezondene van God zien. Of voor Russisch-orthodoxe gelovigen die Poetin als een soort messias beschouwen. En voor iedereen die terugkijkt op 2018 en daarin iets van een spoor van God wil aanwijzen. Waar is Hij wel en niet aan het werk? Dat moet je heel voorzichtig mee zijn, dat kun je nooit met zekerheid zeggen. Hoogstens kun je het vermoeden.

Toch lezen we in Prediker 3 dat we niet helemaal onwetend zijn. God heeft de mens wel enig inzicht gegeven, namelijk in de tijd ‒ lezen we daar. Bijvoorbeeld in de verschillende perioden die elkaar afwisselen, in de natuur of in een mensenleven. Denk bij de natuur maar even aan boeren en tuinders, hoe zij vertrouwd zijn met de jaargetijden die elkaar opvolgen. Denk bij de economie aan de vette en magere jaren die elkaar om de zoveel tijd aflossen. Of denk bij een mensenleven aan vreugde en verdriet, geluk en pijn die zich na elkaar kunnen aandienen. Daarin zit vaak een ritme, dan heeft alles zijn tijd en vragen dingen vaak ook om tijd. Tijd om dingen te laten bezinken en te verwerken. Zonder dat je de duur kunt vastleggen of voorspellen. Het loopt vaak weer anders dan je verwacht. Zoiets geldt ook voor God, legt Prediker uit. We vermoeden wel iets van zijn actieve aanwezigheid en werkzaamheid, maar die kunnen we niet echt aanwijzen, laat staan doorgronden. Met hem vergeleken zijn we maar kleine, eenvoudige mensen, vergankelijk als een ademtocht. Bij God hebben we met eeuwigheid te maken. Alles wat Hij doet, staat er nogal cryptisch, doet Hij voor altijd. Daar is niets aan toe te voegen, daar is iets van af te doen. Het enige dat ons dan past, aldus Prediker, is ontzag voor hem tonen en hem danken voor het leven.

Je zou hem willen vragen: Prediker, hoe kom je daarbij? Je zegt ons weinig te weten, maar dit weet je allemaal wel? Hoe kom jij eigenlijk aan die wijsheid? Ik vermoed dat zijn antwoord zou luiden: dat is een lange weg van zoeken en vinden, van vallen en opstaan. Noem het levenservaring. Van denken dat je iets van het leven begrijpt en dan blijkt het toch weer een illusie, lucht, leegte. Het gaat hier om inzicht dat je door de jaren heen verzamelt, om wijsheid waar veel mensen nooit achter komen. Omdat ze geen geduld oefenen, omdat ze impulsief hun driften volgen, omdat ze haastig en met oogkleppen door het leven gaan. Dat kun je Prediker niet verwijten. Hij doet her en der zijn inzichten en heeft met name oog voor het ongrijpbare en absurde van ons bestaan. Hij ziet onder de mensen veel ijdelheid, lucht en leegte. De vergankelijkheid van hun rijkdom, hun flinterdunne denkwerk, hun pijnlijke vooroordelen, hun eindeloze behoefte aan geld, macht of aanzien. En zo komt hij tot zijn intrigerende gedachten, niet alleen over het ondoorgrondelijke van God, maar ook over de beperktheid van ons menselijk inzicht. Gedachten die heus niet meteen het laatste woord hebben. Nee, Prediker is niet onfeilbaar. Maar het zijn de overpeinzingen van een gelovige die tegelijk een oprechte twijfelaar is. Een eeuwige zoeker die beseft dat ons leven, evenals ons geloof, vaak meer vragen kent dan antwoorden geeft.

Van deze Prediker kun je meerdere dingen leren. Hij kan ons bijvoorbeeld bevrijden van de vraag naar het ‘waarom’. Die hardnekkige vraag waar velen mee worstelen als het kwaad hen treft – waarom is me dit overkomen? Of die vraag komt op als zich ergens in onze wereld weer groot onheil voltrekt, een vliegramp een tsunami – waarom toch, en waar was God? Vragen waarop je eigenlijk nooit een bevredigend antwoord vindt. Van Prediker kun je leren je niet in zo’n vaak energie vretende waarom-vraag te verliezen, want die is te groot voor ons, die gaat een mens te boven. Daar kom je niet uit. En ondertussen wijst hij op de dingen waar je ondanks alles van kunt blijven genieten. Je alledaagse eten en drinken, en niet te vergeten: de mensen om je heen die je lief zijn. Dat zijn de mooie en hartverwarmende dingen die het leven kleur geven. Verlies ze niet uit het oog, kan Prediker benadrukken, en toon zo je dankbaarheid aan God. Ja, schenk hem je vertrouwen, ook als je vol vragen zit. Ook in harde, rauwe tijden van verkillen, van scheuren en haten, die er helaas ook bijhoren. Ook in tijden dat het leven veel pijn doet. Probeer het dan vol te houden met God aan je zij.

Over Prediker is nog veel meer te zeggen, maar ik ga afronden. Binnen de Bijbel is hij een buitenbeentje, met zijn nogal tegendraadse wijsheid. Hij blijft van grote waarde, ook al wordt aan zijn verhaal vanuit het evangelie iets wezenlijks toegevoegd. Want in Jezus verandert er iets in die ondoorgrondelijkheid van God. Meer dan ooit zien we in zjn persoon wie God is of hoe God is. We krijgen meer dan ooit zicht – schreef iemand ‒ op Gods karakter en hartstocht, op zijn alles omvattende liefde. Niet dat alle vragen daarmee opeens opgehelderd zijn. Nee, we kunnen nog altijd zoeken naar Gods ondoorgrondelijke wegen in de schepping, de evolutie en de geschiedenis. Het mysterie zal altijd blijven, dat neemt het evangelie niet weg. Maar als je wilt weten waar God op uit is en te vinden is, dan wijst het evangelie naar Jezus. Naar wat Hij zegt en doet, naar wie Hij opzoekt, troost en bemoedigt. Daarin komen we de goedheid en genade, ja de menslievendheid van God op het spoor. In Jezus ontmoeten we een God die om mensen geeft en hen zijn nabijheid belooft. Een God die trouw is aan het werk van zijn handen. Hij is de God met wie Jezus één is, zodat Hij kan beloven, aan het slot van Matteüs: zie, Ik ben met jullie, alle dagen en tijden, tot aan de voltooiing van deze wereld. Onze tijden zijn in zijn hand. Amen



 

terug